purper 32
jaargang 5 2014
09
Liesbeth Sibma is senior verpleegkundige en teamleider van de Adolescentenkliniek in Tiel. Stevo verblijft nu elf weken binnen deze afdeling. Beiden vertellen wat veiligheid voor hen betekent. Een dubbelportret.

Door Hanneke Sizoo





















‘In oktober was het de Week van de Veiligheid. Veiligheid in een jongerenkliniek gaat niet alleen over brandveiligheid, maar ook over huiselijk geweld en over onderwerpen die je bezig houden als jongere, zoals versieren, uitgaan, drugsgebruik en seks. 


Pitstop

Wij werken aan een veilige relatie met onze jongeren. Hoe je dat doet? Op dezelfde manier zoals je dat met je eigen kind zou doen. Een opname zien wij als een soort pitstop, een onderbreking van een ambulant traject. In ons contact met jongeren werken we vanaf het eerste moment aan veiligheid. We tonen begrip, keuren de persoon niet af. We bieden ruimte om te mogen vertellen. Soms ‘voegen we in’ om te praten over de mogelijke gevolgen van hun eigen gedrag. 


Spannend

Het eerste contact is al belangrijk. Wanneer ik bel om iemand uit te nodigen voor een intake vraag ik of hij of zij het spannend vindt om langs te komen, dat geeft al ruimte. Ik leg uit met wie ze een afspraak hebben, wat er besproken gaat worden en geef ruimte voor vragen. Zo kun je een jongere naar je toe halen. In de wachtkamer word je alleen met je voornaam opgeroepen, achternaam is niet nodig. Ook een vorm van veiligheid.


Op je gemak

Op de gang hangt de poster in het kader van de Week van de Veiligheid: Voel jij je hier op je gemak? ‘Duhhh’, is de eerste reactie van jongeren, ‘natuurlijk niet’. In tweede instantie ontstaat er een gesprek. Bijvoorbeeld, over wat er gebeurt met je klachten. Of er ruimte is voor schuld en schaamte. Of je gehoord wordt met je verhaal. Dan benoemen de jongeren dat ze de ruimte voelen om te zijn wie ze zijn, dat ze niet afgewezen worden op hun klachten en dat ze mogen benoemen wat ze ervaren. Ze blijven de tekst op de poster stom vinden, want hoe kun je je in de psychiatrie nou op je gemak voelen.


Loyaal

Bij de intake worden altijd de ouders betrokken, ook al is het kind wat ouder. Soms lukt het de ouders niet om in één ruimte samen te zijn, in dat geval spreken we hen apart. Zodra een kind ervaart dat wij in het contact tussen ouders en kind de hiërarchie belangrijk vinden, geeft dat duidelijkheid. Ondanks alle conflicten wil een kind vaak in gesprek met de ouders. Onze aanwezigheid geeft ruimte om te vertellen wat ze graag anders willen. Uiteindelijk is een kind altijd loyaal aan ouders. Wij maken regelmatig mee dat wanneer het contact met ouders hersteld is, de problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen. 


Voor de jongeren en hun ouders hebben wij ook een voorbeeldfunctie, zij zien hoe wij een gesprek aanpakken. Dat geeft hen handvaten, daar leren ze van. En soms is er erkenning voor het feit dat het contact lastig is, dat het ons als hulpverleners ook moeite kost. 


Kennis en talent

Om in korte tijd zowel de hechting tussen ouders en kind te herstellen, het vertrouwen van het kind en ouders te krijgen, uit te zoeken of er sprake is van een stoornis, het sociale netwerk weer op te tuigen, nazorg te regelen, voor dat alles heb je kennis en talent nodig. Natuurlijk lukt dat niet altijd of niet meteen. Sommige jongeren denken: daar heb je weer zo’n hulpverlener die weet hoe het moet, ze hebben er vaak al vele gezien. Het is aan ons om dat te benoemen en ook onze rol in hun leven te benoemen. Dan geven we even meer ruimte, om later weer dichterbij te komen. Sommige jongeren worden stil. Of gaan nog erger schreeuwen.


Wandelen

Je hecht je tijdelijk aan deze jongeren. Je houdt van ze, we zijn er voor ze. Alleen dan creëer je de mogelijkheid te ontdekken wat ze bezig houdt. Je gebruikt je lijf als instrument door bijvoorbeeld dichterbij te komen wanneer je iets aan ze uitlegt. Het is als samen de afwas doen. Je bent in dezelfde ruimte, hoeft elkaar niet aan te kijken en toch ben je dicht bij elkaar. Als hulpverlener moet je aanvoelen wat een kind nodig heeft. Praten in een kantoor kan verstikkend werken, dan ga je samen wandelen of praat je op hun slaapkamer. Of je belt met ouders om te horen hoe zij het doen. Hun handvaten neem je dan over, zij kennen hun kind het beste.


Verboden

Het behandelplan speelt een belangrijke rol als het om veiligheid gaat. Alle opnameafspraken staan er in. We nemen ze samen door. Klopt het niet? Dan bespreken we hoe het wel zou kunnen kloppen. Belangrijks regels van de afdeling staan er ook in, bijvoorbeeld over het verbod op drank, drugs en agressie binnen deze afdeling.

Veiligheid speelt ook een rol in de omgang met de groep. We stellen de jongeren aan elkaar voor, besteden uitgebreid aandacht aan kennismaking. Er zijn afspraken over hun eigen kamer. Alleen zij mogen daar komen en niemand anders. Alleen zij zelf hebben een sleutel. Verder is er controle op medicatie. En pesten in de groep is uit den boze, veel jongeren hebben een verleden met pesten.


Niet op slot

Onze afdeling heeft bewust een open setting. Deuren gaan niet op slot, tenzij we het niet vertrouwen of wanneer de jongere er zelf om vraagt. Bij ons is het de vraag of je met een open deur toch binnen kan blijven, niet of je met een gesloten deur naar buiten kan.

Veiligheid is ook structuur bieden aan de dag en het stellen van doelen. De jongeren die worden opgenomen hebben veelal geen structuur meer. Die is door de problemen die ze hebben verwaterd, daar hebben ze zelf niet bewust voor gekozen. Op tijd eten, op tijd uit bed, werken aan je conditie, het maken van dagdoelen, dat vinden we belangrijk. Normaliseren en als het kan de dingen van thuis integreren.’ 























'Mijn ADHD veroorzaakte zowel thuis als op mijn werk problemen. Ik was verslaafd aan gamen en zat veel thuis. Mijn moeder is vaak ziek, mijn vader heeft een herseninfarct gehad. Allebei mijn ouders zitten er dus niet zo goed bij. De veiligheid die je als kind van je ouders krijgt is er dus niet meer. Thuis werd mijn moeder gek van mijn chaotische gedrag. Ik vergat voortdurend van alles, ook mijn medicijnen. Als ik de douche aanzette en de telefoon ging, vergat ik de douche weer uit te zetten. Overal liet ik mijn spullen slingeren. Ik ging helemaal op in het gamen, stelde daar mijn doelen. Het werd te belangrijk. Door het gamen trok ik me terug in mijn eigen wereld.


Ruzie

Op mijn werk in de bouw was ik erg druk, waardoor ik vaak ruzie kreeg. Ik voelde me vaak onbegrepen en had er last van dat anderen me links lieten liggen. Ik ging steeds harder werken om te laten zien dat ik echt wilde. Ik moest daar dingen doen die ik niet leuk vond. Lassen, vegen, koffie halen. De frustraties daarover liepen op. Tot ik de kritiek kreeg dat het leek of ik overal schijt aan had. Ik had het zelf niet door, schrok van de heftige manier zoals ik bij anderen overkwam.

 

Witte schorten

Ik voel me gauw veilig, misschien wel te snel. Hier in deze groep voel ik me goed. We zijn allemaal gevoelige mensen, iedereen heeft wel iets. Er is geen oordeel over wat je hebt. De ander pakt het makkelijk op, je snapt elkaar. Van tevoren had ik een beeld van witte schorten en mutsjes, vastgebonden worden. Dat beeld vervaagde al snel toen ik hier rondgeleid werd. Ik kreeg een coach. Het is wel belangrijk dat dat klikt, dat je je begrepen voelt. In het begin snapte hij mij beter dan dat ik mijzelf snapte. 


Spiegel

Mijn angst voor medicijnen was groot. Ik was bang niet meer goed bij mijn gevoel te kunnen komen en was meer bezig met de nadelen dan met de voordelen. Ik maakte het alsmaar erger en groter, zodat ik uiteindelijk besloot om met de medicijnen te stoppen. ‘Hé, zo doe jij dat dus,’ zei mijn coach. Hij hield me een spiegel voor. We kwamen er achter dat het beter was om medicijnen langere tijd te gebruiken, voor een beter effect. 


Trots zijn best lastig

Nog niet zo lang geleden is bij mij ook PDDNOS vastgesteld. Ik begrijp zelf nog niet zo goed wat het is. Ik weet dat ik chaotisch ben en gebrek heb aan overzicht. Daardoor word ik nog drukker en is de cirkel rond. Maar ik heb geleerd beter mijn grenzen aan te voelen en structuur in mijn dag aan te brengen. Als ik dat weet vast te houden, kan ik mijzelf aanmelden voor begeleide kamerbewoning. Ik wil graag naar ‘At home’, daar woon je met drie anderen in een huis en is er dagbesteding. De zorg over thuis moet ik leren loslaten. De spanning tussen mij en mijn ouders is er gelukkig niet meer. Maar eerst ga ik het hier op deze afdeling afmaken. Het gaat steeds beter. Hoewel trots zijn op mijzelf nog best wel lastig is.’ 

WERKEN AAN
VEILIGHEID
'Hoe kun je 

je in de psychiatrie nou op je gemak voelen.'

ZOALS JE
DAT MET JE EIGEN
KIND ZOU DOEN
Liesbeth
Stevo
'Sommige jongeren denken: daar heb je weer zo’n hulpverlener die weet hoe het moet.'
'Pesten in de groep is uit den boze.'
'Mijn moeder werd gek van mijn chaotische gedrag.'
'Van tevoren had ik een beeld van witte schorten en mutsjes, vastgebonden worden.'
Sluitenvorige pagina'svolgende pagina's
Sluiten

Reactie

Stuur een reactie naar de redactie
Sluiten